Daarenboven verbinden de verenigingen, die de Code
ondertekend hebben, zich ertoe de volgende regels na te leven :
4.1 DE BOODSCHAPPEN
1.1 De boodschappen mogen geen enkele onjuistheid,
dubbelzinnigheid, overdrijving enz. bevatten die het publiek zouden
kunnen bedriegen met betrekking tot het reële doel van de vereniging,
haar organisatie, modaliteiten en resultaten van de actie of over de
aanwending van de fondsen, producten of diensten waarom verzocht
wordt.
1.2. Boodschappen die een beroep doen op de
publieke vrijgevigheid moeten de naam vermelden van de persoon,
hetzij de benaming en het juridisch statuut van de vereniging die de
oproep verspreidt of welke er de begunstigde van is.
1.3. Boodschappen die een beroep doen op de
vrijgevigheid van het publiek voor een welbepaalde actie moeten
duidelijk de bestemming van de ingezamelde fondsen aangeven, hetzij
de manier waarop het publiek er kennis kan van nemen. In alle
gevallen dienen de verantwoordelijken voor de oproep erover te waken
dat de nodige documentatie beschikbaar is om op vragen naar
informatie te antwoorden.
1.4. Ingeval publiciteit gemaakt wordt voor een
tombola, moet zij de datum en aard van de toelating vermelden,
overeenkomstig het artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de
Loterijen.
4.2 BOODSCHAPPEN MET BETREKKING TOT DE
MENSELIJKE PERSOON
2.1 Wanneer een boodschap het publiek ertoe
beweegt giften te doen, moeten de gepersonaliseerde boodschappen,
die tot doel hebben een rechtstreekse band te scheppen tussen de
personen die om hulp verzoeken en de toekomstige schenkers (bijvoorbeeld :
een geschreven boodschap van een kind, een wanhoopsbrief die bij de
boodschap wordt gevoegd enz.), zich beperken tot het preciese geval
waarvoor de vereniging een dergelijke band heeft gecreëerd, behalve
wanneer de boodschap duidelijk vermeldt dat het gaat om een fictief
geval, al dan niet ontleend aan reële feiten.
2.2 De boodschap mag, zowel in tekst als
illustraties, geen aantijgingen bevatten tegen de menselijke
waardigheid, noch misbruik maken van beelden van menselijk leed, en
moet erover waken de gevoelens van de schenkers noch van de
bestemmelingen van de hulp te kwetsen.
2.3 Een boodschap mag niet verwijzen naar een
persoon, noch zijn handtekening dragen noch haar voorstellen als
waarborg of ondersteuning van de ernst van de organisatie, zonder
het voorafgaand en uitdrukkelijk akkoord van deze persoon.
Wanneer verwezen wordt naar een bekend persoon op
een manier die door het publiek opgevat kan worden als een waarborg
of ondersteuning, moeten de hoedanigheid van de persoon en zijn
precieze band met de vereniging worden vermeld.
2.4 De boodschap mag geen enkele getuigenis,
verklaring of aanbeveling weergeven of aanhalen die niet met de
realiteit of met de ervaring van de betrokken persoon overeenstemt.
Het gebruik van getuigenissen of aanbevelingen die verouderd zijn of
die wegens andere redenen niet meer van toepassing zijn, is verboden.
2.5. Elke boodschap die beroep doet op de
vrijgevigheid voor een project dat bepaald is in de tijd en /of in
de ruimte, moet duidelijk de kenmerken en modaliteiten van de actie
of het project aangeven.
4.3 BOODSCHAPPEN DIE BETREKKING HEBBEN OP
STUDIES OF STATISTIEKEN
3.1. Elke boodschap die, op de een of ander wijze,
gebruik maakt van de resultaten van studies of statistieken, moet
volgende mededelingen bevatten :
- de informatiebronnen;
- de data waarop de studie werd gerealiseerd.
3.2. Letterlijke citaten of verwijzingen naar
studies, die uit hun context gehaald zijn, mogen niet van hun
oorspronkelijke betekenis worden afgeleid.
5. VOORWERPEN DIE BIJ EEN MAILING GEVOEGD
WORDEN
Indien een voorwerp dat bij de mailing gevoegd is,
aan de bestemmeling wordt aangeboden, moet duidelijk zijn dat de
bestemmeling niet verplicht is het voorwerp te kopen of terug te
sturen, overeenkomstig artikel 76 van de wet van 14 juli 1991 op de
handelspraktijken en de informatie van de consument.