
|
 |
GESCHIEDENIS
In 1963 bracht pater Theo Palmans,
toenmalig provinciale overste van de Belgische paters Salvatorianen, een
bezoek aan confraters in Caracas, Venezuela, Zuid-Amerika. Hij kwam zozeer
onder de indruk van de ellende in de krottenwijken, de barrio's, dat hij
besloot een organisatie op te starten met het doel de levenssituatie van
deze mensen te verbeteren.
In pater Frans Driessen vond hij een geknipt persoon om dit werk aan te
vatten. Zelf een heel bewogen man, had pater Driessen bovendien de gave om
anderen te bezielen en enthousiast te maken. Zo werd de
Salvatoriaanse Hulpactie geboren. Al vanaf de oorsprong moest
duidelijk zijn dat niet alleen initiatieven van de eigen leden van de
congregatie in aanmerking zouden komen voor financiële steun. Sindsdien
steunen tienduizenden medewerkers het werk van missionarissen, inlandse
priesters en lekenhelp(st)ers in de landen in ontwikkeling van Midden- en
Zuid-Amerika, Afrika en Azië.
Het bijvoeglijk naamwoord 'salvatoriaans'
verwijst naar de congregatie van de paters salvatorianen (in 1881 door
pater Frans Jordan) en de zusters salvatorianessen (in 1888) samen met
Therese Wüllenweber) in Rome gesticht om "door voorbeeld en daad, woord en
geschrift en met alle middelen die Gods liefde ingeeft Christus te
verkondigen als Heiland van de wereld". Van het Latijnse woord voor
Heiland, 'Salvator', is de naam salvatoriaans afgeleid.
|